Concurrentiepositie melkveehouderij

In opdracht van gemeente Midden-Delfland is door Alterra / Wageningen UR onderzoek gedaan naar de concurrentiepositie van de melkveehouders in Midden-Delfland ten opzichte van de landelijke collega's. Het rapport is onderdeel van het IODS kwaliteitsproject "Duurzaam boer blijven in Midden-Delfland" van de provincie Zuid-Holland.

Hoewel de nadruk ligt op structuurverschillen die in de loop van de tijd zijn ontstaan onder invloed van stedelijke druk en natuurlijke handicaps en die de melkveehouders op een achterstand hebben gezet, hebben de melkveehouders in Midden-Delfland juist een sterke uitgangspositie voor het leveren van een reeks van maatschappelijke diensten. Een zwak punt daarbij is dat de sector voor het verzilveren hiervan afhankelijk is van adequaat regulerende overheden die de mechanismen die tot "marktfalen" leiden zouden moeten corrigeren / repareren. Daar wordt weliswaar op allerlei niveaus aan gewerkt, maar de voortgang is traag.

De bedrijfsstructuur van melkveebedrijven in Midden-Delfland is vergeleken met het landelijke gemiddelde op basis van gegevens die op gemeentelijk niveau in de landbouwtelling beschikbaar zijn. De bedrijven in Midden-Delfland blijken in 2008 een achterstand te hebben in bedrijfsomvang van 13% ten opzichte van het landelijke gemiddelde. En uit vergelijking van die situatie met historische gegevens blijkt dat deze achterstand in de loop van de tijd geleidelijk is gegroeid. Het gevolg van deze achterstand laat zich vertalen in een nadelig effect ten opzichte van collega-melkveehouders in Nederland (concurrenten op de interne zuivelmarkt) in de orde van 110 euro per hectare. De opgelopen achterstand in bedrijfsomvang is vooral te wijten aan de grondprijzen in het gebied die onder invloed van stedelijke druk al jarenlang ver boven de gemiddelde grondprijzen in Nederland uitsteken.

Melkveebedrijven kunnen zich de hoge grondprijs niet goed veroorloven en lopen zo ten opzichte van het landelijke gemiddelde achterstanden op bij bedrijfsuitbreidingen. Daarnaast zorgt de stedelijke invloedsfeer ook voor een hogere werklast per hectare waardoor melkveehouders minder hectares kunnen bewerken. Het mes snijdt zo aan twee kanten. De hoge grondprijzen zijn ook verantwoordelijk voor een direct nadeel door hogere grondkosten voor hen die het melkveebedrijf willen continueren. Dit nadeel bedraagt momenteel circa 100 euro per hectare. Verder dragen hogere waterschapslasten voor 83 euro bij aan het totale concurrentienadeel dat bedrijven in Midden-Delfland ondervinden van de stedelijke invloedsfeer en dat in 2008 zo rond de 300 euro per hectare beloopt.

De concurrentiepositie van melkveehouders in Midden-Delfland wordt verder verzwakt door natuurlijke handicaps die het gevolg zijn van een slechte ontwatering. Hierin wordt weliswaar tegemoet gekomen met de aanwijzing van het gebied als "probleemgebied", maar de compensatie dekt niet het hele nadeel en er blijft een concurrentienadeel bestaan van 40 euro per hectare. Ten opzichte van hun landelijke collega-melkveehouders lopen de melkveehouders in Midden-Delfland door hun geringere omvang ook vaker de kwantumtoeslagen mis die de melkfabrikanten aan grote bedrijven toekennen en kunnen ze minder profiteren van het huidige toeslagstelsel van het GLB landbouwbeleid dat nog op historische referentie is gebaseerd. De effecten hiervan zijn in deze studie niet precies gekwantificeerd.

Al met al is de concurrentiepositie van de melkveehouders in Midden-Delfland op de interne zuivelmarkt zo zwak dat onder deze condities veel bedrijven over langere tijd bezien zullen stoppen met de melkveehouderij. Het is de vraag welke activiteiten de ruimte die daarbij vrijkomt zullen opvullen. In het zwartste scenario zijn dat stedelijke activiteiten van het type dat een directe bedreiging vormt voor het alom geroemde beleid om dit gebied open te houden. In een ander scenario valt de grond in handen van hobbyboeren die het karakter van het landschap weliswaar zullen veranderen, maar die het waarschijnlijk wel opener zullen houden. Het beleid kan er echter ook op gericht zijn om de vrijkomende gronden zoveel mogelijk voor de melkveehouderijsector te behouden en er zo de concurrentiepositie van de blijvende melkveehouders mee verstevigen. In het recente verleden zijn al voorstellen in die richting gedaan met de studies naar een regionale grondruilbank. Argumenten voor overheidsingrijpen liggen in het publieke belang. Het besef dat veel boeren in Nederland naast hun landbouwproducten die op de private markt verhandeld kunnen worden ook publieke goederen leveren waarvoor ‘marktfalen’ geldt, begint steeds sterker door klinken (zie bijvoorbeeld het SER-advies over "Waarden van landbouw" SER, 2008). In Midden-Delfland leveren de melkveehouders al een breed scala aan dergelijke publieke diensten (en dat wordt steeds minder vanzelfsprekend).

Volgens de onderzoekers van Alterra beloopt het totaal van de concurrentienadelen tussen de 500 en 550 euro per hectare. Onder andere de hoge grondprijs, de hoge waterschapslasten, de natuurlijke handicaps van het veenweidegebied en de lagere GLB toeslagen zorgen voor dit grote nadeel ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het volledige rapport is via onderstaande link in te zien.

Alterra-rapport 2156, "Concurrentiepositie melkveehouderij Midden-Delfland", maart 2011 pdf button
1.6 Mb.

juni 2011